Een weekend weg
Dinsdag 5 oktober 1999



"Op een mooie zomermorgen werd keesje al heel vroeg wakker. Hij kleedde zich vlug aan en trippelde naar beneden, naar de keuken. Haar moeder was ook al op. Ze was bezig Kees z'n uniform en een flesje beerenburg in te pakken. "Ga maar gauw," zei ze, "en neem een appeltje mee voor onderweg. Straks komen we je uitzwaaien."
Buiten was de zon al lekker warm; een licht windje streek door de takken en blaadjes van de bramenstruiken. "Goed zo," zei Keesje, "net wat je hebben moet voor zo'n Z.O.U.T." Hij holde over het parronnetje en toen door het hoge gras langs de helling omlaag naar de parkeerplaats. Daar waren de andere deelnemers al hard aan het werk; ze pakte hun rugzak in zodat ze zonder grote problemen de tocht konden uit lopen . "Ben je daar eindelijk!" riep de organisatie. "Ik dacht al dat we zonder jou moesten vertrekken." (...)"

 
© 1999 Gilbert de Wilde © Nederlandse uitgave firma L.E.O B.V.